Terug

Voeding & diëtetiek

september - oktober 2026

Als VBVD-lid ben je automatisch geabonneerd

Niet-VBVD-leden kunnen zich abonneren voor slechts € 75 per jaar incl. digitale toegang.

Een los nummer bestellen? Dat kan! Voor een recent exemplaar (minder dan 6 maand na uitgave) betaal je € 12,50 voor oudere nummers € 3,00
(+ verzendkosten: € 5 naar België, € 8 buiten België).

Het artikel dat je zoekt niet gevonden? Of staat het in een ouder tijdschrift? Aarzel niet om ons te contacteren en wij zoeken het voor je op.

Contacteer het secretariaat

Voeding & diëtetiek

Tijdschrift Voeding en Diëtiek 2026/05

Koop hier je exemplaar van dit tijdschrift

Koop hier een exemplaar aan van deze editie. Of contacteer ons om je te abonneren op ons magazine.

Bekijk ook onze webshop

1.    Editoriaal – Hoofdredactrice Britt Van de Voorde

2.    VBVD nieuws: verslag webinarreeks: (opstartende) zelfstandige diëtiste - Britt Van de Voorde
De webinarreeks over de opstartende zelfstandige diëtist maakte duidelijk dat een succesvolle praktijk meer vereist dan voedingskundige expertise alleen. Naast wetenschappelijk onderbouwde zorg zijn ook ondernemerschap, financieel beheer, professionele communicatie, digitalisering en een correcte omgang met gezondheidsgegevens essentieel. Er werd aandacht besteed aan thema’s zoals boekhouding, sociale media, eGezondheid, GDPR, evidence-based werken en multidisciplinaire samenwerking. De centrale boodschap was dat een duurzame diëtistenpraktijk ontstaat door kwaliteitsvolle voedingszorg te combineren met verantwoord ondernemerschap, kritische reflectie en samenwerking met andere zorgprofessionals.

3.    Malnutritie: malnutritie bij ouderen, meer dan alleen gewichtsverlies – Elisabeth Lemmens en Lien De Maeyer
Ondervoeding bij ouderen is een veelvoorkomend gezondheidsprobleem dat ontstaat door een samenspel van fysieke, medische, psychologische en sociale factoren en dat verder gaat dan alleen gewichtsverlies. Het verhoogt het risico op onder meer sarcopenie, infecties, ziekenhuisopnames en verlies van zelfstandigheid, waardoor vroege screening en tijdige interventie essentieel zijn. Een adequate inname van energie en eiwitten, gecombineerd met voldoende beweging, speelt een belangrijke rol bij de preventie en behandeling van malnutritie. In de praktijk ligt de nadruk op smakelijke, energie- en eiwitrijke voeding, een aangename eetomgeving en zo weinig mogelijk onnodige dieetrestricties om zowel de voedingsstatus als de levenskwaliteit van ouderen te ondersteunen.

4.    Sarcopenie: de rol van voeding in de preventie en behandeling van sarcopenie – Nadija Amini, Lisa Peeters, Jolan Dupont en Evelien Gielen
Sarcopenie is een leeftijdsgebonden aandoening waarbij spiermassa, spierkracht en fysiek functioneren afnemen, met een verhoogd risico op vallen, afhankelijkheid en hospitalisaties tot gevolg. Naast weerstandstraining en voldoende eiwitinname spelen ook andere voedingsfactoren, zoals omega-3-vetzuren, vezels, polyfenolen en een kwalitatief voedingspatroon, mogelijk een belangrijke rol in de preventie en behandeling van sarcopenie. Onderzoek wijst erop dat vooral een voedingspatroon rijk aan groenten, fruit, volkorenproducten, noten, peulvruchten, vis en kwalitatieve eiwitbronnen gunstig kan zijn voor de spiergezondheid. De auteurs concluderen dat een gepersonaliseerde combinatie van beweging en gezonde voeding momenteel de meest veelbelovende strategie is om sarcopenie te voorkomen en te behandelen.

5.    Ondervoeding: Ondervoeding en sarcopenie tegengaan? Zet eiwitten in op het menu! – Sarah Dries 
Ondervoeding en sarcopenie komen vaak voor bij ouderen en versterken elkaar, waardoor het risico op spierverlies, verminderde mobiliteit en verlies van zelfstandigheid toeneemt. Een voldoende eiwitinname van 1,2 tot 1,5 g/kg lichaamsgewicht per dag, gecombineerd met krachttraining en voldoende vitamine D, vormt de belangrijkste strategie om sarcopenie te voorkomen en te behandelen. Daarbij wordt aanbevolen om eiwitten over de dag te spreiden en zowel dierlijke als plantaardige eiwitbronnen op te nemen in maaltijden en tussendoortjes. De auteur benadrukt dat diëtisten een sleutelrol spelen door voedingsadvies te vertalen naar praktische en haalbare voedingskeuzes, ondersteund door concrete hulpmiddelen en educatief materiaal.

6.    Ondervoeding: maak ondervoeding zichtbaar – Nolanda van Well van Haare
Ondervoeding komt veel voor bij ouderen en kwetsbare patiëntengroepen, maar wordt nog te vaak niet of laattijdig herkend, waardoor systematische screening en diagnose essentieel zijn. Het artikel benadrukt het belang van internationale diagnostische kaders zoals GLIM voor ondervoeding en GLIS voor sarcopenie, die zorgen voor een uniforme herkenning en registratie van deze aandoeningen. Daarnaast biedt de nieuwe ICD-11-code voor ondervoeding bij volwassenen vanaf 2027 kansen om ondervoeding beter zichtbaar te maken in patiëntendossiers, onderzoek en gezondheidsbeleid. De auteur roept diëtisten op om ondervoeding actief te screenen, multidisciplinair samen te werken en hun diagnostische expertise duidelijk te documenteren om de kwaliteit van zorg en de erkenning van het beroep te versterken.

7.    Oncologie: vroegere screening voor een beter gevoede patiënt – Eline Hebbelinck, Stefanie Mortier en Louise Sarrazyn
Bij oncologische patiënten komt ondervoeding vaak voor en wordt het risico regelmatig te laat opgemerkt, waardoor vroege screening essentieel is. In het UZ Gent worden patiënten daarom vanaf de diagnose systematisch gescreend met de PG-SGA-vragenlijst, die peilt naar gewichtsevolutie, voedingsinname, symptomen en fysieke activiteit. Patiënten met een verhoogd risico op ondervoeding worden automatisch doorverwezen naar een gespecialiseerde oncologiediëtist en ontvangen sneller voedingsadvies op maat. De eerste resultaten tonen aan dat 22% van de gescreende patiënten een hoog risico op ondervoeding heeft, wat het belang van vroege detectie en begeleiding onderstreept.

8.    Voedselallergieën: welke plaats verdient de dubbelblinde placebogecontroleerde voedselprovocatietest in de diagnostiek van een voedselallergie? – Katleen Baeck, Jo Mons en Silke Jacobs. 
Het artikel bespreekt de plaats van de dubbelblinde placebogecontroleerde voedselprovocatietest (DBPCFC), die wetenschappelijk wordt beschouwd als de gouden standaard voor de diagnose van voedselallergieën, maar in de praktijk zelden wordt toegepast. Onderzoek van Odisee Hogeschool Gent toont aan dat deze test vooral een meerwaarde kan hebben bij diagnostische twijfel, angstige patiënten en moeilijk objectiveerbare klachten, vooral bij volwassenen. Tegelijk ervaren zorgverleners belangrijke praktische beperkingen, zoals tijdsgebrek, beperkte capaciteit en het ontbreken van gestandaardiseerde testmaterialen, waardoor open voedselprovocatietesten momenteel de voorkeur behouden. De ontwikkelde gestandaardiseerde DBPCFC-matrix kan in de toekomst bijdragen aan een meer uniforme, betrouwbare en reproduceerbare diagnostiek van voedselallergieën en mogelijk ook ingezet worden bij orale immunotherapie en bepaalde intoleranties.

9.    Verslag: op zoek naar het gezonde darmmicrobioom – Marieken Callebaut
Het verslag bespreekt de evoluerende inzichten rond het darmmicrobioom en benadrukt dat niet zozeer de microbiële diversiteit, maar vooral de functionaliteit van het microbioom bepalend lijkt voor gezondheid. Een voedingspatroon rijk aan vezels, plantaardige voedingsmiddelen en weinig bewerkte producten ondersteunt de productie van gunstige metabolieten en blijft een belangrijke hefboom voor een gezond darmmicrobioom. Daarnaast wordt het onderscheid tussen gefermenteerde voeding en probiotica verduidelijkt, aangezien niet elk gefermenteerd product automatisch een bewezen gezondheidsbevorderend effect heeft. Voor diëtisten ligt de focus daarom best op een gevarieerd, vezelrijk voedingspatroon en een kritische benadering van commerciële claims over het ‘ideale’ microbioom.

10.    Verslag: FODMAPP studiedag – Ann Parmentier en Jo Mons
Het verslag bespreekt de evoluerende inzichten rond het darmmicrobioom en benadrukt dat niet zozeer de microbiële diversiteit, maar vooral de functionaliteit van het microbioom bepalend lijkt voor gezondheid. Een voedingspatroon rijk aan vezels, plantaardige voedingsmiddelen en weinig bewerkte producten ondersteunt de productie van gunstige metabolieten en blijft een belangrijke hefboom voor een gezond darmmicrobioom. Daarnaast wordt het onderscheid tussen gefermenteerde voeding en probiotica verduidelijkt, aangezien niet elk gefermenteerd product automatisch een bewezen gezondheidsbevorderend effect heeft. Voor diëtisten ligt de focus daarom best op een gevarieerd, vezelrijk voedingspatroon en een kritische benadering van commerciële claims over het ‘ideale’ microbioom.

11.    In de kijker: het Smaakcentrum van AZ Delta
Het artikel beschrijft hoe het Smaakcentrum van AZ Delta smaak en eetbeleving integreert als onderdeel van de zorg voor patiënten met smaakveranderingen, verminderde eetlust, en kauw- of slikproblemen. Door middel van smaakanamneses en persoonlijke begeleiding wordt gezocht naar voedingsoplossingen die niet alleen veilig en voedzaam zijn, maar ook aansluiten bij de individuele smaakvoorkeuren van de patiënt. Daarnaast ontwikkelt het centrum innovatieve voedingsconcepten, zoals smaakgestuurd brood en aangepaste maaltijden met een hogere voedingswaarde, om herstel en levenskwaliteit te ondersteunen. De uiteindelijke ambitie is om voor elke patiënt een persoonlijk smaakprofiel op te bouwen, waarbij medische kennis, voedingswetenschap, gastronomie en digitale technologie samenkomen in gepersonaliseerde smaakzorg.

12.    Cochrane review: kan het vermelden van calorieën (energie) op etiketten invloed hebben op de keuze en het eten en drinken van voedsel of alcohol
Deze Cochrane-review onderzocht of het vermelden van calorieën op menu’s, verpakkingen en producten invloed heeft op de keuze en consumptie van voedsel en dranken. De resultaten suggereren dat calorievermelding leidt tot een lichte daling van het aantal gekozen en geconsumeerde calorieën uit voedsel en niet-alcoholische dranken, wat mogelijk gunstig kan zijn voor de volksgezondheid wanneer deze maatregel breed wordt toegepast. Voor alcoholische dranken is er momenteel onvoldoende wetenschappelijk bewijs om de effecten van calorievermelding betrouwbaar te beoordelen. De auteurs benadrukken dat bijkomend kwalitatief onderzoek nodig is, vooral naar de impact op daadwerkelijk eetgedrag en op alcoholconsumptie.

13.    Bachelorproef in de kijker: “Vraag het slim: hoe prompt engineering AI-chatbots bruikbaar maakt voor diëtisten” – Jonathan Hoes en Emma Vico
Deze Cochrane-review onderzocht of het vermelden van calorieën op menu’s, verpakkingen en producten invloed heeft op de keuze en consumptie van voedsel en dranken. De resultaten suggereren dat calorievermelding leidt tot een lichte daling van het aantal gekozen en geconsumeerde calorieën uit voedsel en niet-alcoholische dranken, wat mogelijk gunstig kan zijn voor de volksgezondheid wanneer deze maatregel breed wordt toegepast. Voor alcoholische dranken is er momenteel onvoldoende wetenschappelijk bewijs om de effecten van calorievermelding betrouwbaar te beoordelen. De auteurs benadrukken dat bijkomend kwalitatief onderzoek nodig is, vooral naar de impact op daadwerkelijk eetgedrag en op alcoholconsumptie.